De zomer is in volle aantocht, en daarmee ook  de roep om vrijheid, om te doen wat je wilt, zonder te hoeven denken in kaders van werktijden en scriptiedeadlines. Zo’n vrijheid zou niet alleen voelbaar moeten zijn wanneer ‘het kan’, wanneer het past in je schema, maar eigenlijk altijd. Zo ook met het accepteren van alle mensen, of ze nu wel of niet in je gebruikelijke kader passen.

Ik zie mezelf altijd als een vrije geest die niet snel oordeelt en met iedereen overweg kan. Ik heb gewerkt in verschillende sectoren, veel gereisd, veel hobby’s gehad, veel documentaires gezien en veel gelezen, ben op uitwisseling geweest en heb veel verschillende vrienden in verschillende steden. Een universitaire opleiding later, wordt me toch duidelijk dat ik nog steeds gevangen zit in mijn eigen denkwereld van wat hoort en niet hoort. Het doet me enorm veel om te merken dat ik ondanks mijn vele nieuwe kennis, ik nog steeds een groentje ben in het kennen van mezelf. Zo blijk ik helemaal niet zo’n vrije geest te zijn als ik zelf altijd dacht.

In mijn studietijd ben ik met mensen in contact gekomen die mijn horizon zo veel breder hebben gemaakt, dan mijn studie had kunnen doen.  Zij lichtten toe waarom ze tegen Zwarte Piet zijn, geloven in god, het koningshuis verwerpen, geen vlees meer eten, niet weten of ze op jongens of meiden vallen, biologische, fairtrade producten kopen en waarom ze zich hard maken voor vrouwenongelijkheid. Ik hoorde hun argumenten aan en wuifde het weg met uitspraken als: “Het valt toch allemaal wel mee? Al dat gezeik.”, en daarmee was de kous af.

Onderhand wordt me steeds duidelijker dat ik zo veel zeg, zonder echt erover na te denken. Ik heb daarbij niet eens door dat ik mensen pijn kan doen met mijn veroordelende uitspraken. Wie ben ik om te zeggen dat racisme in Nederland niet speelt, zonder dat ik daar ooit echt open voor heb gestaan, om te horen hoe mensen dit nu werkelijk ervaren? Wat is nu eigenlijk ‘normaal’ en wie bepaalt dat eigenlijk?

De universiteit leert je te denken in kaders: dit is de theorie, dit komt daaruit voort. Maar emoties of afwijkende ideeën behandelen we nauwelijks. Universiteit Leiden is daar een belichaming van: de professoren zijn wit en man. Kun je op zo’n plek wel zeggen: “Bij ons leer je de wereld kennen”? Het is in ieder geval geen afspiegeling van de wereld.

Het wordt me duidelijk dat ik nog een lange weg heb om te gaan, om andere mensen in hun waarde te laten. Ik ben trots op de mensen die ik heb ontmoet die ergens voor staan, en ondanks het commentaar van mensen zoals ik, toch doorgaan met het verspreiden van hun idealen. Ze geven niet op. Dat is iets wat ik ook niet wil doen in mijn zoektocht naar acceptatie van andere denkbeelden, en daarmee ook zelfacceptatie. Het gaat een moeilijke, maar ook vooral interessante weg worden, waarin ik steeds geconfronteerd zal worden met mijn eigen simpele denkwijzen.

Laat het zomer worden, laat de vrije gedachten komen. De cocon van vooroordelen dient gebroken te worden.