Ze was stoer en slim, kon goed rennen en zingen en was ook nog eens heel mooi. Pocahontas wilde ik zijn. Daarom had ik Pocahontas gordijnen, sliep ik in een Pocahontas pyama onder mijn Pocahontas dekbed en kleurde ik tijdens mijn Pocahontas partijtje mijn eigen Pocahontas shirt. Alleen hoe hard ik ook probeerde, ik zou er nooit uitzien zoals zij. Daarom keek ik op tegen vrouwen die door hun mooie gekleurde huid en donkere haar meer op haar leken. Overigens een zeldzame verschijning in het Kennemerlandse dorp waar ik opgroeide.

Door mijn roots in de provincie met de zachte G is het carnavallen me met de paplepel ingegoten. Als kind stond ik vooraan bij de optocht in het kleine Brabantse dorp van mijn familie. Met veel bewondering schuifelde ik over de grote zolder van mijn oom en tante op zoek naar de perfecte outfit, die m’n nichtjes die jaren ervoor zelf hadden gemaakt.

Levendige herinneringen heb ik aan een kennis die als Pocahontas bij m’n oma in de woonkamer stond. Dat jaar erop trok ik trots mijn eigen indianenpakje aan. Die jaren daarna kleedde ik me tijdens de Carnaval vaker als mijn idolen. Ik was groot fan van R&B en hiphop uit de jaren 2000 en kende alle clips uit m’n hoofd van Ja Rule, Ashanti, Usher, Nelly, Aaliyah en met klap op de vuurpijl Blu Cantrell en Jean Paul met het nummer Breathe. De muziekkanalen waren bij ons thuis afgeschermd omdat de clips volgens mijn ouders vrouwen op een verkeerde manier in beeld brachten. Alleen was ik zo gefascineerd van het dansen en de kledingstijl dat ik bij m’n Brabantse oma en nichtjes altijd stiekem clips keek en de dansjes nadeed in de woonkamer.

Mijn vriendin en ik besloten daarom om met Carnaval op onze basisschool verkleed te gaan als ‘rappers’. We pakten helemaal uit met gouden kettingen, een petje en trainingspak. Zelfs een pruik met lange zwarte haren zetten we op. Alleen leek ik nog niet voldoende op de meisjes die ik kende uit de clips. Daarom ging ik naar de winkel om bruine schmink te kopen zodat ik een echte rapper was, inclusief ingestudeerde rap.

Pas een tijd terug moest ik hier weer aan denken toen een vriendin hier een opmerking over maakte. “Weet je nog dat je zo racistisch was verkleed met Carnaval?” In de eerste instantie wilde ik in de verdediging schieten. Dat bedoelde ik helemaal niet racistisch! Ik had heel erg m’n best gedaan. Ik wilde namelijk niets liever dan een rapper zijn.

Alleen ik ben inmiddels geen tien meer en weet ik nu dat mijn verkleedpartij niet zo onschuldig was. Ook al bedoelde ik het niet op een slechte manier, maar juist uit bewondering. Tijdens mijn studietijd heb ik me verdiept in onder andere de Zwarte Pieten discussie en ben ik erachter gekomen dat iets wat voor jou misschien “leuk en grappig” is voor de ander vernederend en respectloos is. Zo maak je van mensen een karikatuur en benader je hen vanuit een aspect van hun uiterlijk en deel je hen op die manier eigenschappen toe. Dit werd me vooral duidelijk toen ik mee deed aan de Black Heritage Tour in Amsterdam, waarbij ik kennismaakte met de duidelijke racistische en koloniale aspecten van Zwarte Piet. Door hier met internationale studiegenoten over te praten leerde ik die zomer de betekenis van culturele toe-eigening en etnische stereotypering kennen.

Daarom ga ik niet meer als rapper of Pocahontas carnavallen maar feestte ik dit jaar in Tilburg als robot. Ik had de tijd van mijn leven want ik kende alle liedjes uit m’n hoofd en verwonderde me om de mooie pakken om me heen. Alleen zag ik ook enkele mannen met een zwart geschminkt gezicht, een berenvel en tanden om de nek. Nu rest dan de vraag of ik als carnavalsliefhebber nog mee moet doen aan dit ‘feest’, wat duidelijk geen feest is voor iedereen. Alleen ergens mee stoppen lost ook niet het probleem op. Net zoals dat ik onwetend was toen ik mijn gezicht bruin maakte om een rapper te zijn, hebben misschien die mannen onopzettelijk hun kwetsende carnavalsoutfit uitgezocht. Daarom is het belangrijk om te blijven praten en te luisteren naar elkaar. Alleen op die manier kunnen mensen dichter bij elkaar komen en feesten zonder elkaar te beledigen. Ja Carnaval is net geweest, maar dit maakt de noodzaak tot reflectie en gesprek niet kleiner, aangezien de  carnavalsvoorbereidingen na de zomer weer starten. Ik merk dat mezelf zo’n spiegel voorhouden lastig is, omdat Carnaval voor mij iets van mijn jeugd en familie symboliseert. Iets onschuldigs, iets leuks, iets waar ik trots op ben. Dat beeld vervormen schuurt. Maar juist als iets schuurt, betekent het dat er voortgang komt.