De tijd gaat vrij langzaam als je garderobemeid bent. De werkdag kent zo’n drie hoogtepunten. Te beginnen de eerste pauze. Dan krijg je de kans om je handen te wassen nadat je 400 jassen van vreemden hebt aangeraakt waardoor je inmiddels resistent bent tegen roos en zweetlucht. Vervolgens kun je even zitten en zonder vriendelijk te lachen voor je uit staren en je koffie drinken.

Na deze fantastische pauze werk je toe naar je tweede geluksmoment: “de knappe garderobeman”. De knappe garderobeman kenmerkt zich door een mooie jas en mooie tas gedragen door een knappe man. In het allerbeste geval zijn beide voorwerpen ook erg licht. Want daar houden garderobemeiden van. Op die manier val je niet meteen voor z’n voeten door het gewicht van de overgedragen voorwerpen. De garderobeman staat in de rij en in die spannende minuten hoop je dat hij jouw rij kiest zodat je zijn spullen kan aannemen en je wonderlijke zinnetjes kan zeggen: “Good afternoon. Thank you. I will be right back.” Waarna je omdraait en zijn spullen sierlijk opbergt zonder door je rug te gaan, verstrikt te raken in de jassen en tegen je collega op te botsen. Hierna draai je je om en overhandig je hem glimlachend zijn kaartje.

Na dat tweede hoogtepunt leef je toe naar het derde hoogtepunt namelijk dat de garderobeman terugkomt om zijn jas op te halen. Maar dan komt de onzekerheid: komt hij wel terug voor mijn shift klaar is? Deze onzekerheid wordt nog versterkt door opmerkingen van de garderobebezoekers zoals: “Can I leave my jacket here?” “Is it safe?” Soms spreek je een Amerikaan aan, blijkt hij Nederlands te zijn. Heb ik toch mijn opening in de verkeerde taal gedaan. Nee liever blijf je daar ver van weg. Zo min mogelijk woorden gebruiken is daarbij het beste advies wat ik je als garderobemeid kan geven. Vooral de klassieke jas- en tasgebaren zijn erg aan te raden, met daarbij opgetrokken vragende wenkbrauwen. Als antwoord krijg je dan een simpele: “How much?” Kijk en dan spreken we allemaal dezelfde taal: “Its free!” In dat geval mag ik alle tassen en jassen van de families ophangen. “In al m’n enthousiasme m’n museumkaart vergeten in m’n jaszak”, zegt meneer Jansen. “Maakt niet uit” zeg je met een glimlach als een echte garderobemeid, waarna je met je handen vol van nummertjes van de hele familie Jansen de garderobe rondloopt op zoek naar het rode windjack van vader Jansen. Maar gelukkig, het derde geluksmoment is daar. Je dienst zit er alweer op. Je zwaait de andere garderobemeiden en garderobejongens gedag, trekt je eigen jas aan en loopt de garderobe uit.