Rechtse populisten benadrukken het vaak: het Westen is vol van complottheorieën over allianties tussen moslims, politieke partijen, onderzoeksinstituten en de staat. Complotdenkers worden vaak voor gek aangezien, volgens socioloog Jaron Harambam onterecht. Hij onderzoekt hun theorieën en beweegredenen. “Complottheorie heeft veel overeen met wetenschap.”

Jaron Harambam (eur.nl)

“In de wetenschap werken is een topsport. Er is een piramide van mensen die onderaan beginnen en zich naar boven willen werken. Op de top zijn maar een paar plekken”, stelt Harambam (32). Er kan wel gesteld worden dat hij een van die plekken veroverd heeft, want al op 31-jarige leeftijd had hij twee prijzen achter zijn naam staan: Young Talent Award van Sint Bernard Cultuurfonds en een Full Bright beurs. Ondanks deze bevestiging blijft Harambam bescheiden. “Er zijn nog genoeg mensen om tegenop te kijken. Je blijft onzeker, is het goed genoeg wat ik nu doe?”

Toch ziet hij er erg ontspannen uit. In het tweede jaar van z’n bachelor sociologie in Amsterdam bedacht Harambam dat hij toch eigenlijk wel wat meer wilde halen uit zijn studie. “Je moet opvallen bij de docenten als je het onderzoek in wilt. Tijdens een onderzoekstage  ging het balletje eigenlijk rollen.

“Het is een heerlijke baan want ik kan veel interessants lezen.” Toch moet hij ook hard werken.  “Tijd voor hobby’s heb ik eigenlijk niet. Ik reis veel om te ontspannen en daarna weer vol energie aan mijn onderzoek te gaan. Daarnaast is dit ook goed voor een sociologisch onderzoeker. Zo kun je steeds rondkijken hoe het er in andere landen aan toe gaat.”

Zo heeft hij dankzij zijn twee prijzen een beurs gekregen om in Chicago onderzoek te doen naar complottheorieën. Hier zag hij ook duidelijke verschillen in cultuur. “In Nederland is de complottheorie niet zo’n groot onderdeel bij politieke discussies als in de VS. In de VS zetten wetenschappers zich er echt tegen af. In Nederland is het ook zo dat complotdenkers je onderzoek wantrouwen: wie ben jij als onderzoeker? Waarom wil je dit allemaal van me weten?”

Momenteel is hij bezig met het schrijven van zijn proefschrift, wat veel tijd in beslag neemt. We zitten dan ook in het café van de UB in Amsterdam, waar Harambam vele dagen doorbrengt. Zijn onderzoek draait om de kritieken die complottheorie-aanhangers hebben op de wetenschap. Hij interviewde hiervoor twintig mensen die nauw verbonden zijn met complottheorieën. “Dit vond ik best lastig. Voor interviewen moet je dan ook ‘sociaal sterk’ zijn. Je moet mensen namelijk goed kunnen aanvoelen en aansturen om de informatie te krijgen die je wilt hebben. Mensen zijn snel geneigd om af te wijken van het onderwerp.”

“De geïnterviewden kwamen met drie kritiekpunten op de wetenschap die complottheorieën benaderen. Hiermee daagden de complotdenkers de wetenschap, en hun monopolie op de waarheid uit. Zo zou de wetenschap dogmatisch zijn in plaats van kritisch en open, zoals wetenschappers zelf zeggen te zijn.

Bovendien zouden wetenschappers waarheden vormen  waardoor de objectieve feiten ontbreken. Ten derde botst de wetenschap met idealen van gelijkheid die de aanhangers van de complottheorieën belangrijk vinden. De wetenschappers beroepen zich daarbij op hun autoriteit in plaats van een zuivere argumentatie en onderbouwing van hun bevindingen.

Het viel Harambam op dat er een vage scheidslijn is tussen complottheorieën en de wetenschap. De drie kritieken uit de complottheorieën lijken namelijk sterk op de sociologische wetenschap. “Ik vind het interessant dat ‘gewone’ mensen ideeën uiten en kritiek hebben die overeenkomen met de wetenschap. Beiden hanteren theorieën, alleen zien de twee kampen elkaar niet als wetenschap. Het grappige is dat de wetenschap weer de complotdenkers beschuldigt van slechte wetenschapper zijn, omdat ze niet voldoen aan de eisen van de wetenschap. Zo willen ze de grens trekken van wat wetenschap is om op die manier hun gezag te bewaren.”

Breed concept

Het moeilijke aan zijn onderzoek vindt Harambam het verkennende karakter. “Complottheorie zelf is al slippery, laat staan het zoeken naar raakvlakken van het concept. Wat hoort er nog bij en wat niet?” Dat vindt hij ook het leuke eraan, de verschillende facetten. “Je kan het in feite wel een religie noemen.”

Bij het beantwoorden van de vraag of wetenschappers wel eens op hem neer kijken, omdat hij complottheorieën bestudeert, moet hij lachen. “Dat is wel zo. Ze vinden het namelijk geen wetenschap, maar idioot. Aan de andere kant vinden ze het wel belangrijk aangezien het een wijdverbreid fenomeen is.”

 “Inmiddels kan ik wel als een echte complot insider worden gezien”

“Achteraf had ik misschien minder naar mijn hoofdbegeleider Auper moeten luisteren en meer m’n eigen ideeën moeten uitvoeren. Zo had ik liever nog ‘breder’ onderzoek willen doen, terwijl Auper liever zag dat ik specifieker onderzoek deed naar complottheorieën. Ik dacht: ik luister maar naar m’n ervaren begeleider want ik ben jong en weet er waarschijnlijk minder van af dan hij. Toch ben ik wel erg tevreden met hoe m’n proefschrift er tot nu toe uit ziet.”  In zijn proefschrift probeert hij duidelijk de grenzen aan te geven van wat er nog onder wetenschap valt, en wat een complottheorie is.

Toekomst

 “Ik wil me in de toekomst blijven richten op de wetenschap. Complottheorieën blijf ik interessant vinden. Zo zou ik nog een case study willen doen naar vaccinaties, zoals de baarmoederhalskankerprik en de complottheorieën die daar omheen hangen.”

“Zelf geloof ik niet in complottheorieën, al vind ik sommige argumenten ervan wel geloofwaardig. De kritiek op de farmaceutische industrie is hier een goed voorbeeld van. Deze is erbij gebaat dat men verslaafd blijft aan medicijnen. Chronische zieken zijn dan ook de beste klanten voor deze institutie.

Deze scherpe zienswijze hebben niet alleen complotdenkers, maar alle kritische denkers. Zij zien dat er bij instituten verschillende belangen spelen. Sommige complotdenkers gaan hier nog verder in. Zij zien overal intenties achter, een groot overkoepeld complot. Die gedachte gaat voor mij dan weer te ver.”