Dat je fiets kapot gaat, is meestal niet zo leuk. Je moet je fiets inleveren, fietsloos door het leven, betalen, en je fiets weer ophalen. Maar het is de fietsenmaker die dit tafereel naar een hoger niveau kan tillen. Zo kwam ik laatst lichtelijk gepikeerd aan bij de fietsenmaker na alweer een kapotte versnelling. Een fietsenmaker die ik nog niet kende, maar deze lag op de route, doe eens gek.

De fietsenmaker was heel behulpzaam. Achter hem hing een grote canvas foto van een witte pluizige kat met een geel en een groen oog die de camera in keken. “Is dat uw kat?” vroeg ik. Hij vertelde dat de kat van de buren was geweest en altijd rondhing in de winkel. “Het was zo’n lieve poes, die vind je maar zelden. Zij was altijd hier. Iedereen was gek van haar. Helaas is ze overleden.” Aan zijn gezicht kon ik zien dat deze kat echt veel voor hem betekend had. “Wilt u geen nieuwe kat?” Dat wilde hij zeer zeker, maar s’avonds een kat alleen in de winkel was zielig. En thuis mocht het niet van zijn vrouw vertelde hij bedroefd.

Maar sinds kort had hij een vogel. Hij wees daarbij naar een vogelkooi achter de toonbank. “Mijn vrouw vond eergisteren een parkiet! Hij was gewond en hupste op straat. Toen heeft m’n vrouw hem gevangen en nu gaan we hem verzorgen.” Ik keek in de kooi, en zag daar een koolmees onrustig rondvliegen. “Volgens mij is het een koolmees” zei ik. “Nee nee is parkiet” antwoordde hij. Ik keek nog eens goed maar nee de vogellessen van mijn oma hebben diepe indruk gemaakt. Ik ken de Nederlandse klassiekers. Ik vertelde hem dat dit wilde vogeltjes zijn. “Weet je dat echt heel, heel zeker? Ik wilde net voer en spiegeltjes voor hem kopen” zei hij en keek er erg  bedroefd bij. Hierdoor kreeg ik gelijk spijt dat ik het hem had verteld. “Hier, ik schrijf de naam van de vogel even op, dan kunt u het thuis even opzoeken” zei ik om de pijn wat uit te stellen. Dat zou hij doen.

Een paar dagen later kwam ik terug bij de fietsenmaker. De witte kat keek nog steeds de winkel in vanaf het canvasdoek. Maar er zat geen koolmees meer in het vogelhokje achter de toonbank. “Waar is de vogel heen?”  vroeg ik. “Die hebben we vrijgelaten, het bleek een koolmees te zijn. Heel erg jammer.” “Wat jammer inderdaad” zei ik. “Maar gister vond ik een gewonde duif voor de winkel. Toen belde ik de dierenambulance, maar die wilde niet komen. Daarom heb ik hem zelf verzorgd. Maar wel weer dezelfde dag vrijgelaten, want wilde vogels kun je niet temmen.” En zo is het,  zoals dat je de ziel van een dierenliefhebber niet kan temmen. Het is de aard van het beesie zeggen ze dan.